Landgoed Groot Hungerink  |  Eefde



Discipline:    Stedenbouw
      
Typologie:    Zorg, Herontwikkeling
      
Jaar:    2008
      
Team:    Twan Verheijen, Jeroen van Veen en Bastiaan Buurman
      
Opdrachtgever:    Hanzeborg (Trajectum)

Hanzeborg is een centrum voor dienstverlening aan mensen met een lichte verstandelijke beperking en onbegrepen en risicovol gedrag. Het doel is dat deze mensen op een meer aanvaardbare manier in de maatschappij kunnen functioneren. In 1948 werden twee landgoederen aangekocht in Eefde die de naam Eefdese Tehuizen kregen. Eén van deze landgoederen was Groot Hungerink, waar sindsdien cliënten worden behandeld en gehuisvest. De naam Eefdese Tehuizen werd in 2001 gewijzigd in Hanzeborg en in 2009 na een fusie met Hoeve Boschoord in Trajectum.
In de afgelopen decennia is het terrein aan de Meijerinkstraat langzaamaan volgebouwd. Naar behoefte zijn er gebouwen bijgebouwd, aangepast en uitgebreid. Hanzeborg biedt op Groot Hungerink naast wonen ook dagbesteding en werk aan. Onder begeleiding en afhankelijk van de individuele capaciteiten produceren cliënten eind- of halfproducten of  wordt een minder productieve dagbesteding geboden.
 
Buro SBH heeft een integraal plan ontwikkeld voor de herontwikkeling van het terrein en de gebouwen op Groot Hungerink.  De positionering en fasering van de verschillende gebouwen is dusdanig dat het plan is gerealiseerd zonder interim huisvesting. 
Het stedenbouwkundige ontwerp voor Groot Hungerink is op meerdere nivo’s georganiseerd.
Het eerste nivo betreft het totale kavel. Het terrein wordt, ondanks de landschappelijke karakterverschillen, in de lengte eenduidig georganiseerd door de rug van de betrekkelijk lange gebouwen. De gebouwen in deze rug reageren op elkaar en pakken de verdraaiing van de westgrens van het oorspronkelijke kavel op. Het woongebouw bij de entree pakt de richting van de oorspronkelijke laan op. Het activiteitengebouw ligt centraal op het terrein en pakt de richting op van het entreegebouw en knikt vervolgens in de richting van het lange woongebouw aan de beek.
Deze rug ordent het terrein van zuid naar noord en legt een relatie tussen het entreegebied en de bebouwing bij de beek.
Het tweede nivo betreft de clusters. Elk cluster is georganiseerd rondom een erf. Het erf bij de entree is lineair en wordt gevormd door de hoekverdraaiing in gebouw J en het woongebouwtje G. De ontsluitingsroute voor bezoek loopt over dit erf. Het erf bij het activiteitengebouw wordt gevormd door de hoekverdraaiing in dit gebouw. Dit is een ruim en vrij open erf en laat ruimte voor een zichtrelatie tussen het beekcluster en het entreecluster. Daarnaast biedt dit erf de ruimte voor evenementen en activiteiten. Het derde erf organiseert het wooncluster bij de beek. Het pakt de richting op van de  hier vrij hoge spoordijk.
 
De positie en compositie van de gebouwen volgt uit het stedenbouwkundig plan. De gebouwen staan in clusters georganiseerd rond een erf. De grote woongebouwen zijn gelijkwaardig. Er wordt geen metaforisch onderscheid gemaakt in “boerderij” of “schuur”. Het onderscheid tussen de gebouwen is natuurlijk en volgt uit het programma.
De bouwmassa is eenvoudig. Qua  typologie en sfeer sluiten de gebouwen aan bij de omringende erfbebouwing. De sfeer is informeel. De woongebouwen bestaan uit één of twee lagen met kap.
De kappen zijn een zadeldak of schilddak en/of een afgeleide daarvan.
Het activiteitencentrum, centraal gelegen op het terrein, is een stoer werkgebouw met een enigszins industriële uitstraling. Dit gebouw heeft geen eenduidige kapvorm of een platdak met eventueel daklichten. Door de materialisering sluit dit gebouw echter aan bij de landschappelijke context en de overige gebouwen op het terrein.
 
Alle gebouwen zijn vrijstaand en ten gevolge van het programma alzijdig georiënteerd. De grote woongebouwen hebben wel een duidelijke entree aan of bij het erf. De gebouwen zijn allen verschillend maar wel familie van elkaar.
 















< terug naar het overzicht